DutchEnglishFrenchGermanSpanish
DutchEnglishFrenchGermanSpanish
DutchEnglishFrenchGermanSpanish

Storende Verhalen van Thé Tjong-Khing

Als Thé Tjong-Khing niet zo bekend was als kinderboekenillustrator, dan was hij een van de eerste tekenaars geweest die mensen noemen als ze gevraagd wordt om de beste Nederlandse striptekenaar aan te wijzen. Thé Tjong-Khing werd voor de oorlog geboren op Java. In 1956 kwam hij naar Nederland op een studentenvisum en een jaar later begon hij op de Toonder Studio’s. Omdat hij daar voor zijn studie beeindigde, dreigde de immigratiepolitie hem terug te sturen, maar de Toonder Studio’s regelden een Nederlands paspoort. Daar werd hij voornamelijk aan het werk gezet op de realistische soap opera krantenstrips, die in die periode populair waren. Samen met huisschrijver Lo Hartog van Banda maakte hij Student Tijlloos, een filosofisch getinte kranten strip over een student die iedere keer van studie wisselt. 

Lo Hartog van Banda speelde een belangrijke rol in de Toonder Studio’s. Hij schreef de Tom Poes strips voor Donald Duck, werkte mee aan de Tom Poes klassieker De Bovenbazen en schreef verhalen voor Panda, Koning Hollewijn, Kappie en de ridderstrip Otto (met Gerrit Stapel). Eind jaren zestig stapte hij over naar Pep, waarvoor hij onder andere De Argonautjes maakte met Dick Matena en Arad en Maya met Jan Steeman. In diezelfde periode probeerde hij ook een strip met Thé te maken voor Pep, maar dat kwam niet van de grond. Daarna maakten ze samen Arman en Ilva, misschien wel de beste science fiction strip uit de Nederlandse geschiedenis.

Tussen 1975 en 1977 was hij verder één van de oorspronkelijke medewerkers aan De Vrije Balloen, het onafhankelijke en experimentele stripblad dat door Patty Klein en Jan van Haasteren werd opgericht na het samengaan van Pep en Sjors in het nieuwe blad Eppo. Khing kon er vrijuit experimenteren met grafische stijlen, zoals ook te zien is in deze voorstudie en pagina uit De Top (geschreven door ex Sjors hoofdredacteur Frans Buissink).