De collectie van MoCA

ARKO Collektie

Op deze website zijn diverse stukken te zien uit de collectie van Arie Korbee, die zijn verzameld in de Arko-collectie. De Arko-collectie bestaat uit meer dan 1000 stukken en is nog steeds groeiend. Om een evenwichtige collectie op te bouwen, zijn vanaf het begin enkele scherpe criteria opgesteld. Het verzamelgebied is evenwichtig ingedeeld in Nederlanders, Belgen, de rest van Europa en Amerikanen.

De Amerikanen waren aan het begin van de vorige eeuw verantwoordelijk voor het ontstaan en de eerste populariteit van de strip: uit die periode zijn tekenaars vertegenwoordigd als Winsor McCay, Richard Outcoult en George Herriman.
De Belgen waren (voor de Fransen hun positie overnamen) het belangrijkste land voor de ontwikkeling van de Europese strip. Hun invloed strekt zich uit naar Frankrijk, Nederland en alle andere Europese landen. Tekenaars die daaruit vertegenwoordigd zijn, zijn bijvoorbeeld Herge, Franquin, Jijé, Peyo en Morris.

De Nederlanders zijn wereldwijd altijd een beetje buitenbeentje geweest, maar zijn door de locatie van het museum natuurlijk ook goed vertegenwoordigd. In de Arko-collectie zit onder andere werk van Martin Lodewijk, Peter Pontiac en Henk Kuijpers. De Arko-collectie bestaat niet alleen uit originele strippagina’s. Er is een evenwichtige verdeling over: Covers van albums kleur, Covers van albums in zwart-wit, Covers van tijdschriften in kleur, Covers van tijdschriften in zwart-wit, Illustraties en zowel Dagstroken als Sunday-pages van diverse krantenstrips. Er is tevens een kleine selectie voorschetsen en ander materiaal dat een beeld schept van de wording van een strippagina.

Voor de opbouw van iedere groep originelen is vooral gekeken naar het belang van de verschillende stukken en het beeld dat ze geven van de ontwikkeling van de desbetreffende tekenaar. Voor de goede tekenaars, die slechts deel zijn van één tijdschrift of één stroming volstaat één goed stuk, van belangrijke tekenaars zijn 3 stukken opgenomen en van de echte toppers wordt in 7 stukken een beeld gegeven van hun ontwikkeling. Van een aantal absolute toppers (zoals Hans G. Kresse) is het aantal originelen in de Arko-collectie iets groter.

 Dit betekent dat er diverse doorsnedes gemaakt kunnen worden.

Er kunnen tentoonstellingen georganiseerd worden rondom bepaalde tijdschriften of groepen tekenaars, maar ook aan de hand van thema’s als ‘de verbeelding van de droom’, ‘beeld van een vrouw’, of ‘wie verre reizen doet’. Bij elk van de onderwerpen kan er per tentoonstelling aanvullend materiaal gevonden worden. Het museum heeft hiervoor onder andere de medewerking verkregen van George Pape, die ook veel materiaal leverde aan het Stripmuseum in Groningen. Dit past in de strategie van het MoCA om zoveel mogelijk verbanden te leggen in de Nederlandse stripwereld. Het MoCA moet niet alleen een plaats worden waar je het beste van de binnen- en buitenlandse strip kunt vinden, maar ook een ontmoetingsplaats voor iedereen die de Negende Kunst een warm hart toedraagt.